#

Uilenverhalen

Op zoek naar een ransuilenroest...
2 februari 2017

Een melding van een mogelijke roest van ransuilen in een onbekend natuurgebied was een mooie aanleiding om hier eens lekker te gaan wandelen. Even weg van de hectiek, slenterend over de hei en met de verrekijker genieten van het bos met zijn bewoners. En tegelijkertijd nuttig werk doen. Dat was het plan.

Het pakte echter anders uit. Bordjes met 'pas op voor overstekende tanks' of juist 'verboden voor tanks' maakten meteen duidelijk dat dit militair terrein was. Ook de knallen in de verte in plaats van de verwachte vogelgeluiden bevestigden het plaatje. Maar om nu meteen onverrichterzake terug te gaan? Er stonden geen verbodsbordjes (tenminste niet voor wandelaars of vogelspotters), er wapperden geen rode vlaggen en het was net opgehouden met regenen. Echt ontspannen wandelen was het niet maar het vinden van een nieuwe roestplaats zou wel leuk zijn. Dus toch maar op pad. De tank die me over het bospad tegemoet kwam gaf geen fijn gevoel ondanks de bestuurder die vriendelijk zwaaide. Afgebroken takken en bomen die omvergereden waren, versterkten het niet-pluisgevoel.

Onverwacht klonk ineens toch een vogel. Een groene specht zat midden in het ‘vijandelijk gebied’ op het gras. Het klonk alsof hij me uit zat te lachen en ineens was het unheimische gevoel weer een stuk minder. Toen rechts dan ook wat krakende geluiden uit het struikgewas klonken, verwachtte ik eigenlijk een ree te zien. In plaats daarvan doken twee modderige gezichten op, gevolgd door twee lijven in camouflagekleding. Even snel waren ze ook weer verdwenen, mij een beetje bibberig achterlatend. En ook wel stiekem een beetje in mezelf lachend vanwege de absurde situatie.

En toen was ik bij de zandvlakte waar in een van de lage zeedennen de ransuilenroest zou zitten. Nou ja, zandvlakte. Wat ik me had voorgesteld als een stuk droog klapzand met wat bosjes bleek een soort racebaan te zijn voor militaire voertuigen. Zo breed als een flinke startbaan, een en al modder met flinke plassen. Geen schijn van kans om hier zonder laarzen op een fatsoenlijke manier door heen te komen. Toen een voorbij glibberende en slippende jeep me ook nog eens ongevraagd bespatte met een vieze modderdouche, was het welletjes. Ransuilen of niet, ik zou ze vandaag hier niet vinden. Maar een mooi verhaal voor bij de koffie, dat was het zeker wel.

PS Twee dagen later kwam er een berichtje van een andere uilenbeschermer. Hij was in hetzelfde gebied geweest maar was er niet welkom geweest vanwege een grootscheepse militaire oefening. Deze keer bleef het niet bij een unheimisch gevoel, nu was het serieus. Zoals hij zei: “de helikopters vlogen door je haren!”. Wat bezielt die ransuilen toch? Eén ding is zeker, ze zitten er niet voor hun rust. Anita van Dooren

# #

Bruine papieren zak
19 februari 2016

Gisteren avond reed ik door de straat en zag een bruine papieren zak op straat. Ik reed er netjes omheen totdat ik iets zag glinsteren. Het bleek geen papieren zak maar de glinsterende ogen van een ransuil. Heel versuft en stil zat hij op het wegdek. Ik ben gestopt en heb hem opgepakt en in de auto gezet. Daarna maar snel weer naar huis en de uil mee naar binnen genomen. Dat was wel een raar gezicht; binnen komen met een ransuil in je handen. Met het hele gezin hebben we bezorgd om de versufte uil gestaan en hem goed bekeken. Geen zichtbare verwondingen maar ontzettend suf. Wilde je hem op de tafel zetten dan viel hij om en bleef ook gewoon op zijn zij liggen. Wat nu.... Toch maar Ad Robben bellen dan. Elk jaar komt hij de kasten van de steenuiltjes inspecteren bij ons in de bomen en aan de schuur.

Samen met hem hebben we gekeken wat we het beste konden doen. Na overleg met Christien Hermsen en Anita van Dooren van de ransuilenwerkgroep hebben we besloten om het uiltje een lekker warm plekje te geven en te bekijken wat de volgende dag brengen zou. Nou.... dat was een verschil. Vanochtend was "ons" ransuiltje een stuk feller. Gelukkig. Als we te dicht in de buurt kwamen begon hij te blazen en te klapperen met zijn snavel. De rest van dag hebben we hem zoveel mogelijk met rust gelaten. Vanavond, net voor de schemering hebben Christien en Anita het uiltje helemaal nagekeken, gezond verklaart en geringd. Wat een mooie dieren. Vol goede moed hebben we hem mee naar buiten genomen en in de wei naast het huis gezet. En dan maar afwachten. Zou hij wegvliegen of zou er toch iets aan de hand zijn…Maar gelukkig, na een minuut of 5 komt er beweging. Bijna geruisloos vliegt hij weg. Vol bewondering hebben we hem nagekeken. Geweldig wat een mooi beest. Lian de Kroon

# #

Ransuil met legnood
9 maart 2014

Werkgroepen krijgen regelmatig te maken met uilen die verongelukt zijn. Maar soms komt het voor dat een uil gewond is en in het asiel weer opgelapt kan worden. Deze keer kregen we een melding van Jan van Laarhoven over een gewonde ransuil. Ransuilen in nood komen niet zo heel vaak voor omdat er gewoonweg niet zo veel ransuilen zijn, en je ziet ze daarom ook niet zo vaak in het asiel terechtkomen. Op het eerste gezicht was de uil alert genoeg, had de uil niets gebroken, maar de klauwen functioneerden niet. De uil is daarop in een kist gezet, met een handdoek er om heen om tot rust te komen. De volgende ochtend zouden we kijken of de uil herstelt was en anders zouden de erfbewoners het dier naar het asiel brengen. In dit geval was het dichtstbijzijnde asiel Tilburg. Maar in de ochtend kregen we een belletje dat de uil nog steeds in leven was en dat zij zelfs een ei had gelegd. Qua gedrag nam hij een verdedigende houding aan, en stond zij ook weer recht op haar poten. Met de uil was behalve dat zij in legnood was geweest dus niet mis.

De uil is in schemertijd weer losgelaten met de ransuilenwerkgroep en Jan van Laarhoven. Of de ransuil al meerder eieren heeft gelegd is onduidelijk. Een ransuil legt zijn eieren met een interval van twee dagen. Als er al meerdere eieren zijn gelegd is de kans dat die eieren niet uitkomen groot aangezien de uil er een nacht van af is geweest. Maar het is nog vroeg genoeg in het seizoen dus wie weet. In elk geval leverde deze ransuil een nieuwe locatie op, en wie weet komt het hier toch nog tot een broedsel. Anita van Dooren en Christien Hermsen

#

Kunstnesten hangen
24 maart 2014

Zaterdag 2 februari was het zo ver. We (Bart, Ron en ondergetekende) gingen 3 kunstnesten voor de Ransuil ophangen, twee in het buitengebied van Udenhout en een in het dorp zelf. Hoe we daar toe kwamen is een heel verhaal. Bart van Beerendonk (volgt momenteel de vogelcursus) had een prijs gewonnen met het beste idee voor Udenhout. Zijn idee was om de biodiversiteit op vogelgebied in Udenhout te vergroten door het verspreiden van nestkastjes onder de plaatselijke bevolking, het hangen van mussenhotels bij scholen en andere instellingen, en het houden van een informatieavond voor de Udenhoutse bevolking. Ook wilde hij iets voor uilen doen en daarom bracht Jan Op 't Hoog hem in contact met mij.

Al gauw konden we overeenstemming bereiken om iets voor de Ransuil te doen.

Omdat Udenhout een winterroest van Ransuilen in het buitengebied heeft en een winterroest in het dorp zelf, viel de keuze op het hangen van kunstnesten in de buurt van deze roesten. (Ransuilen maken zelf geen nest en zijn aangewezen op oude kraaien- en eksternesten. Een goede vervanging is een kunstnest). Op deze manier proberen we de uilen in het gebied te behouden.

Dus die zaterdag vertrokken we naar het buitengebied. Bart had zijn klimpartner Ron meegevraagd voor het hoge werk. Al met al was het een hele klus. Via een soort katapult werd er een tennisbal met daaraan vliegertouw de boom ingeschoten. Dit moest wel om precies de goede tak, dus daar hadden de heren wel een paar schietpogingen voor nodig. Doordat de bal zwaarder is dan het touw, kwam deze omlaag. Aan de bal werd een dikker touw bevestigd en op die manier over de tak getrokken. Langs dat touw klom eerst Ron naar boven, en later in de andere boom Bart. Dan werd het nest met de bevestigingsmaterialen naar boven gehesen en werd het nest in de boom bevestigd. Het klinkt simpel, maar met 3 nesten zijn we bijna een hele dag bezig geweest. We hopen dat de uilen onze inspanningen waarderen en ook daadwerkelijk van de nesten gebruik gaan maken.

Het mooiste commentaar kwam van de tuineigenaar in het dorp: "Wat een gedoe. Met mijn ladder was ik al lang boven geweest".

Het was een enerverend dagje, maar ik had het voor geen goud willen missen. Christien Hermsen