#

Ransuil & biotoop

Officiële naam: Asio otus

Ransuil

De ransuil is een middelgrote slanke uil van ongeveer 36cm. De vleugelspanwijdte is ca. 95cm. Het gewicht van het mannetje bedraagt 220-280gr. (gemiddeld 250gr.); het gewicht van het vrouwtje bedraagt 250-370gr. (gemiddeld 300gr.). Het verenkleed is aan de bovenkant geelbruin met donkere, op boomschors lijkende tekening. Aan de onderkant donkerbeige met opvallende donkbruine lengtestrepen. Het meest opvallende zijn de oorpluimen en de oranjegele ogen. De oorpluimen kunnen in rust helemaal plat gelegd worden, maar staan bij verstoring kaarsrecht omhoog. De gezichtssluier heeft een witte rand en is oranjebruin bij het vrouwtje en vaak wat valer bij het mannetje. Tussen de ogen is deze sluier onderbroken door een witte V-vormige voorhoofdbevedering (wenkbrauwen). De onderkant van de vleugels is bij het vrouwtje witbeige tot lichtbruin; bij het mannetje is deze veel lichter en witter van kleur.

#

Kenmerkend

In de winter bemannen ransuilen gezamenlijke roestplaatsen, waar zich vaak meer dan 10 uilen ophouden. In strenge winters kunnen deze aantallen alleen maar oplopen. In het verleden waren er roestplaatsen met meer dan honderd uilen (in sommige landen, zoals Servië, is dit nog steeds). Waarschijnlijk bestaan er familieverbanden op deze roestplaatsen (ouders met de jongen van het afgelopen jaar), ze kunnen echter ook aangevuld worden met vogels uit het noorden. Het vormen van de roest begint meestal eind september vaak in loofbomen. Als deze bomen hun blad verloren hebben, verhuizen de uilen naar naaldbomen in de buurt. Daar hebben ze betere dekking en brengen ze de rest van de winter door. Eind februari begint de roest langzaam uit elkaar te vallen en kiezen de uilen een territorium. Elke roest heeft een kernpaar. Dit kernpaar blijft in de buurt van de roest en broedt daar vaak.

#

Geluid

De ransuil is een stille uil en moeilijk op geluid te vinden. Behalve in het broedseizoen want, het geluid van jonge ransuilen is onmiskenbaar. Zij worden dan ook wel de piepende deurbeestjes genoemd.

Het geluid van de ransuil
Man:

Vrouw:

Jong:

Volwassen jong:

Alarmroep in de broedperiode:

Het biotoop

Ransuilen kunnen voorkomen in natuurgebieden (vooral aan de randen van bosgebieden), maar ook bij mensen in de achtertuin. Geschikte bomen zijn hulst, thuja, spar, den e.d. Maar soms zitten ze ook in loofbomen. Vooral treurwilgen en berken worden soms nog bezocht ook nadat ze hun blad hebben verloren. Een enkele keer vind je ze ook in klimop, struiken in rietvelden, boomgaarden, jonge bosaanplant. Ransuilen broeden in verlaten nesten van andere vogels, meestal oude kraaien- en eksternesten. Het vrouwtje bepaalt de keuze van het nest. Balts- en paarvorming beginnen rond half februari.

Jagen

Ransuilen roesten overdag maar in de schemer vliegen zij uit om te gaan jagen.

Menu

De hoofdmaaltijd van een ransuil bestaat voornamelijk uit veldmuizen. In een slecht muizenjaar staan ook kleine vogeltjes op het menu.

#