Nieuws
Laatste redmiddel ransuil?
28 januari 2025Het gaat slecht met de ransuil. Volgens Sovon zijn de aantallen sinds 1990 met 75% afgenomen. Ook wij merken in ons telgebied (Loonse en Drunense Duinen) een drastische afname. Dit geldt voor de aantallen op de winterroesten met als logisch gevolg ook een vermindering van het aantal broedparen. Van de weinige broedgevallen die er zijn worden de jongen of in de nestfase of in de takkelingenfasen veelal gepredeerd.
Ook vindt er al langer een verplaatsing plaats van natuurgebied naar stedelijk gebied.
Hoe spelen wij hier op in?
We hebben eind 2024 een start gemaakt met het plaatsen van kunstnesten in de bebouwde kom op plekken waar de ransuil in de afgelopen jaren voorkwam of gebroed heeft. Voorheen plaatsten wij deze manden vooral in natuurgebieden. We proberen nu in te spelen op het aanpassingsvermogen van de ransuil om hem meer kansen te bieden in de bewoonde omgeving en op deze manier zijn overlevingskansen te vergroten.
We hopen op goede resultaten en zullen hier in de toekomst zeker op terugkomen.

Zonder de hulp van ervaren boomklimmers zoals Arnoud Dekkers, Marcel Boerenkamp en John Vereijken zou dit project niet tot stand zijn gekomen.
Ook in 2025 zullen er nog een aantal manden de boom ingaan.
Artikel met Christien Hermsen over de ransuilen in Sovon-nieuws
11 april 2022

Tropische uilen
11 januari 2021Wie had gedacht dat midden in de winter we een melding zouden krijgen van Ransuilen in een palmboom? Toch is het echt waar. Op de foto een gezellig duo.
In de voortuin trof de eigenaar 2 ransuilen aan die vanaf eind november daar in een 5 meter hoge palmboom verblijven. Later werden het er 3 en inmiddels zelfs 4. Ransuilen verzamelen zich eind herfst vaak eerst in loofbomen. Wanneer daar het blad af is, verhuizen ze naar groenblijvende bomen in de buurt. Vaak zijn dat dennen of coniferen. Maar een palmboom (ook groenblijvend, zie foto) hadden we nog niet eerder.
Onze Ransuil heeft wel tropische broertjes, zoals de Ethiopische Ransuil, de Madagaskar Ransuil en de Grote Ransuil die in zuidelijk Noord-Amerika voorkomt.
Fotograaf: Onno van Meurs


Achtling ransuilen
26 juni 2019Alle uilen doen het goed dit jaar, zo ook de ransuilen. Ze waren een kleine maand eerder aan het broeden. Op drie maart zaten ze al bij het nest, en op 10 maart wist Christien het zeker. Pa zat in de buurt van de nestboom terwijl ma zat te broeden. Acht april zag zij het eerste donsbolletje op het nest. Dat klopt precies met de berekeningen dat ransuilen een kleine maand broeden. Bij jonge ransuilen zie je een leeftijdsverschil omdat moeder ransuil vanaf het eerste ei gaat broeden en met een interval van twee dagen legt.
Nu uit het uilendagboek van Christien
Op 18 april zag ik 4 jongen, ma zat al naast het nest en het grootste jong zat op de rand. Vanaf een afstand zag ik steeds meer uilen dan wanneer ik dichterbij kwam. Ik schreef dit toe aan mijn geweldige ogen.
28 april: afgelopen zondag zag ik op de zandvlakte (drie jongen op het nest) dichterbij gekomen zag ik niks meer.
30 april: 1 jong zat nog op het nest (was alleen op afstand te zien). Op de bekende plek aangekomen niets te zien. Maar ik wist nu zeker dat ik er één had gezien. En de drie van 28 april waren echt geen verbeelding. Ook zaten er nog twee buiten het nest dus dat is samen al vijf.
7 mei zag onze fotograaf drie jonge uilen naast de nestboom en nog twee donsbolletjes in de nestboom.
9 mei: nog steeds een vijling.
17 mei: ik app naar mijn uilenmaatjes dat de vijfling gezond in één boom zit. 7 minuten later app ik dat het een zesling is. Onze uilenfotograaf gaat op pad en maakt mooie foto’s van de zesling. Thuisgekomen bekijkt ze de foto’s eens goed en ziet ze dat het een zevenling is.
Een paar dagen laten blijken het er zelfs acht te zijn. Ik heb het zevendertig keer na geteld. Ik was helemaal hyperdepieper.
De overige leden van de werkgroep zijn ook regelmatig wezen tellen. Ook zij hebben steeds acht jongen en twee ouderuilen geteld.
Het is al heel bijzonder dat we er zeven op één foto kregen en dat ze in één boom zaten. We zijn nog regelmatig terug geweest om te kijken of we die acht op één foto konden zetten. Helaas ontbrak elke medewerking van de uilen. Maar op deze prachtige foto ben ik wel heel trots.
Foto: Dimphy de Hoogh

Wie is de dader?
12 maart 2018De volgende foto’s zijn misschien niet zo’n fraai gezicht. Een wandelaarster kreeg de schrik van haar leven toen zij op deze lugubere vondst stuitte. Deze kop behoorde duidelijk aan een uil toe. De wandelaarster nam contact op met Natuurmonumenten, die haar door verwees naar Christien Hermsen. Die kon haar vertellen dat het de kop van een ransuil was.
Nu is het interessant om te weten wie er verantwoordelijk is voor deze daad. In de natuur vallen vaker slachtoffers, dat hoort er nu eenmaal bij. Het is een kwestie van eten of gegeten worden. De sterke vogels overleven en de zwakken vallen af. Op deze manier blijft een gezonde populatie over. De natuurlijke vijanden van de ransuil zijn de havik, de oehoe, de bosuil en de vos. Deze laatste twee pakken alleen jonge ransuilen.
In dit geval wijzen alle sporen naar de havik. Deze kan met zijn scherpe haaksnavel zo een kop van de romp knippen. Bij een uil is dat niet zo moeilijk. De halswervels zijn erg dun, er zit alleen een groot pak veren omheen.
De havik grijpt niet alleen jonge uilen maar ook de volwassen vogels. Jonge ransuilen zijn makkelijke prooien omdat zij een hele luide bedelroep hebben, die zij af en toe ook overdag laten horen. Bovendien, wanneer de jongen in de takkelingenfase zijn, verkeren zij ook wel eens op de grond en dan zijn ze een makkelijke prooi voor vossen en andere roofdieren.
Jaarlijks vallen er wel slachtoffers in het broedseizoen en vinden beschermers uitgetrokken of afgebeten veren. Aan de veerspoelen kan men dan zien dat het om jonge vogels gaat.
De vondst was voor de niets vermoedende wandelaar luguber, voor Christien was het bijzonder en een leerzame ervaring.
Foto's: voor zij en achteraanzicht van een ransuilenkop. Afgebeten veren waaraan de spoel van een jonge uil nog te herkennen is en geplukte veren. Foto's Christien Hermsen

Werkbezoek zuiderburen bij Uilenwerkgroepen Oisterwijk
6 maart 2017Afgelopen zaterdag 25-02-2017 hadden wij enkele Belgische uilenbeschermers (Lode van der Velde en Philippe Smets) op bezoek om hen ons werkgebied te laten zien. Deze dag stond in het teken van kennisuitwisseling. Eerder brachten wij zelf een werkbezoek aan Philippe Smets die in Tienen woont. We begonnen zaterdag met de laatste wintercontrole van steenuilen, waarbij uilen op ringen werden gecontroleerd en de ongeringde uilen geringd werden. Lode en Philippe maakten kennis met onze Brabantse uilen en werden ook aan het werk gezet. We gingen daarna op zoek naar een Belgische steenuil die twee jaar in ons gebied heeft gebroed. Helaas liet zij zich niet zien. Lode en Philippe waren erg gecharmeerd van de mooie boerderijen. Wat hen verder opviel was dat de doorgaande wegen in onze dorpen een geweldig achterland hebben met veel mogelijkheden voor de steenuil. Natuurlijk kwamen zij ook voor de ransuil. Het aantal ransuilen op de winterroest die wij bijhouden is voor Belgische begrippen ongekend. We gingen dan ook naar de grootste winterroest van Brabant. Onze Belgische uilenvrienden hebben de nodige ervaringen opgedaan. Ook omdat er nog een bevriende roofvogelwerkgroep aansloot: de schRansuilenclub. De dag werd afgesloten met een geweldige maaltijd. Het is goed schransen bij onze eigen Bourgondische kok.

Eerste broedsel in een kunstnest
6 juni 2016De Ransuilenwerkgroep van IVN Oisterwijk is al een aantal jaren bezig met het in kaart brengen van de winterroesten van de ransuil, Brabant-breed. Daarnaast probeert zij deze uil op alle manieren te helpen om ervoor te zorgen dat hij in aantal niet nog verder achteruit gaat (volgens de laatste gegevens van SOVON een achteruitgang van 70% sinds de vorige Vogelatlas). Dit doet zij door de roestplaatsen te registreren. Hetzelfde gebeurt met de nestbomen, die jaarrond beschermd zijn. Een ransuil maakt gebruik van een oud kraaien- of eksternest. Wanneer deze niet voldoende aanwezig zijn, plaatst de Ransuilenwerkgroep een kunstnest. Zo hebben wij in 2012 en 2013 tien kunstnesten geplaatst. Eerder zijn er succesvolle resultaten bekend met kunstnesten bij Bert-Jan Bol (omgeving Schiphol) en in België bij Kjell Janssen. Omdat we in 2014 van de gemeente Oisterwijk de “Groene Handdruk” kregen (met daaraan gekoppeld een leuk geldbedrag), konden we enkele collega-werkgroepen voorzien van kunstnesten. Elk voorjaar is er de spanning: zou de uil gebruik gaan maken van het kunstnest en welk nest raakt het eerst bezet? Dit jaar kregen wij het goede nieuws dat collega-werkgroep Dongenmond, die nog ooit door ons is voorzien van een kunstnest het eerst bezette nest heeft. Misschien broedt hij wel in dat nest en dan hebben we toch onze bijdrage geleverd.
Al met al een fantastisch resultaat en we feliciteren de betreffende werkgroep daarmee van harte.

Record
16 februari 2016Het aantal ransuilen op de winterroest die door ons het meeste onderzocht wordt overtreft alle verwachtingen. Hadden we vorig jaar al veel uilen op de roest (36), nu telden we maar liefst 53 uilen. De vraag is: waar komen ze vandaan? Er zijn roesten verdwenen en mogelijk hebben die uilen zich verplaatst naar deze toplocatie. Het voedselaanbod speelt een belangrijke rol en is misschien wel de doorslaggevende factor. In de omgeving van deze roest zijn in ieder geval genoeg prooidieren aanwezig. Het aantal uilen uit Scandinavië dat hier de winter komt doorbrengen verklaart de toename niet. Omdat daar de winter tot nu toe erg zacht is geweest is de drang om zuidwaarts te trekken er dan niet of nauwelijks. Overigens zijn er in Brabant meerdere winterroesten met recordaantallen gemeld, maar onze roest is de grootste van Brabant. Weet u toch nog een grotere roest, meld het ons. Op dit moment zijn de aantallen al af aan het nemen, omdat de winterroesten zich aan het opheffen zijn. Wij duimen dat ze volgende winter weer allemaal terugkomen.
Baltsende ransuilen
28 januari 2016Het is wat vroeg dit jaar maar de ransuilen zijn al in de stemming om een nieuwe partner te kiezen voor het aankomende broedseizoen. Normaal begint dit ergens in februari maar door het zachte weer lijkt alles wat vervroegd. Het is alleen te hopen dat de vorst geen roet in het eten gaat gooien, zeker wanneer we de vorstperiode langer gaat duren. De ransuilen baltsen door te roepen. Tijdens het uitvliegen klappen ze met de vleugels onder het lichaam tegen el...kaar. Het mannetje doet dit tijdens het uitvliegen en het vrouwtje doet dit bij de nestplaats. Zij bepaalt de keuze van de nestplaats. Het mannetje heeft een territorium. Op het filmpje hoor je vleugelklappen, het vrouwtje en de "Hoe" van het mannetje om zijn territorium af te bakenen. Opgeleukt door waarschijnlijk een fazant op de achtergrond.
Zomerroesten ransuil
15 september 2015Winterroesten (gemeenschappelijke slaapplaatsen van ransuilen) zijn een bekend fenomeen. Maar wist u dat er ook zomerroesten bestaan? Deze bestaan vaak uit ongepaarde uilen, de zogenaamde singles om in moderne termen te spreken. Dit jaar hadden wij in onze "eigen" gebieden geen enkel broedgeval. Helaas! Maar elk nadeel heeft zijn voordeel: we hadden wel een zomerroest. De hele zomer hebben we kunnen genieten van de aanwezigheid van een aantal uilen, variërend van twee tot tien vrijgezellen. Ze brachten rustig de dag door en gingen ondertussen ook nog in de rui. Wij vonden veel ruiveren onder de bomen. Jonge ransuilen zijn geslachtsrijp na een jaar, maar komen vaak pas in het tweede jaar tot broeden. Wij vermoeden dat het hier om jonge vogels gaat, omdat 2014 een erg goed broedseizoen voor de ransuil was. Onze hoop ligt in 2016. De jonge uilen zitten dan in hun tweede kalenderjaar en we hopen dat de hormonen dan flink op gaan spelen.
PS: wist u dat de ransuilen het met de huwelijkstrouw niet zo nauw nemen; ze hebben elk jaar een ander schatje.

Het baltsen van ransuilen
18 februariIn deze periode beginnen de ransuilen te baltsen op de winterroest. Het mannetje maakt een zacht 'hoe.hoe.hoe' geluid, dit staat voor een territorium. Het vrouwtje beantwoordt de roep met een klagend nasaal 'chwén' Tijdens het uitvliegen in de schemer klappen de ransuilen met de vleugels. Dit vleugelklappen doen ze door tijdens de vlucht de vleugels onder het lichaam tegen elkaar te klappen. Dit wordt voornamelijk door het mannetje gedaan, maar het vrouwtje kan het soms ook doen.
Storingsgevoeligheid bij winterroesten ransuil
28 januari 2015Er is een verschil tussen winterroesten in natuurgebieden waar bijna nooit iemand komt en winterroesten in stedelijk gebied. Uilen die op een roest zitten, waar dagelijks veel mensen langs kom...en, zijn minder verstoringsgevoelig dan uilen die op een plek zitten waar bijna nooit mensen komen. Uilen die op een verstoringsgevoelige plek zitten kunnen al bij de aanblik van mensen gaan vliegen, terwijl uilen die op drukke plaatsen zitten volledig gewend zijn aan verkeer, mensen en andere zaken. Wanneer de uilen overdag verstoord worden en gaan vliegen is dit een slechte zaak. Vliegen kost veel energie en uilen hebben die energie voornamelijk nodig om hun kostje bij elkaar te jagen in de schemering en in de nacht. Het opvliegen van uilen moet dus altijd voorkomen worden. Bent u bij een winterroest, geniet van de uilen, maar ga ze niet opjagen door onnodig te wijzen of door lang naar ze te kijken. Probeer drukke tijden te vermijden. Ook is het zo, dat wanneer uilen bij iemand in de tuin zitten, ze de eigenaren wel degelijk kennen en er vertrouwd mee zijn. Zij zullen daar dan niet snel wegvliegen, maar als er vreemden in de tuin komen kunnen de vogels snel gevlogen zijn. Wanneer er een uil gaat vliegen, wordt dit gevolgd door meerdere. U kent het spreekwoord: als er één schaap over de dam is, volgen er meerdere. Dit geldt zeker voor ransuilen.

Velduilen tussen ransuilen
12 januari 2015Op winterroesten van ransuilen kan sporadisch een velduil voorkomen. Velduilen kunnen zich 's winters ook verzamelen op winterroesten. Alleen is dit veel minder bekend. De velduil is een nomadische uil en hij houdt zich op, op plaatsen waar grote aantallen veldmuizen zijn. Het kan dus voorkomen dat de velduil zich mengt met een groep ransuilen. In een goed muizenjaar is deze kans vele malen groter. Aangezien 2014 een goed muizenjaar was. Dus kijk op winterroesten van ransuilen of er misschien ook een velduil tussen zit. In Noord-Servië waar veel ransuilen zitten, komt dit verschijnsel zelfs regelmatig voor. (Foto: Richard Diepstraten)

Vroege Vogels: winterroest
8 december 2014Afgelopen woensdag (3 december 2014) is er een opname gemaakt voor het radioprogramma Vroege Vogels van de VARA. Christien Hermsen en Hannie Nilsen van de Ransuilenwerkgroep, vergezeld door Frans Kapteijns van Natuurmonumenten, brachten samen met Jeannette Parramore van Vroege Vogels een bezoek aan een winterroest. Deze opname was zondag 7 december te beluisteren op Radio 1.
Heeft u het gemist, dan kunt u het hier beluisteren of via de volgende link:
Broedsel ransuil met zeven jongen
18 november 2014Er is goed gebroed door alle uilensoorten. Ook de ransuil heeft een goed broedseizoen achter de rug. In Brabant is er zelfs een nest geweest met zeven jongen. Dat is echt een flink aantal. Een ransuil heeft in een goed jaar ongeveer vier a vijf jongen. Vier van de zeven jonge ransuilen uit het nest zijn geringd. De drie jongen die niet geringd zijn waren te klein. De jonge ransuilen zijn allemaal succesvol uitgevlogen.
Er worden inmiddels op de winterroesten ook meer ransuilen geteld. Het is bekend dat er familiebanden zijn op de winterroest (ouders met de jongen van het afgelopen broedseizoen, aangevuld met ongepaarde uilen en vogels uit het noorden). De populatie is de laatste jaren aan het afnemen; vorig jaar waren er zelfs geen broedsels bekend. Daarom is een goed muizenjaar als 2014 geen overbodige luxe voor de ransuil.
Ransuil profiteert mee van een goed muizenjaar.
24 augustus 2014De Ransuilenwerkgroep onder leiding van Christien Hermsen heeft tijdens het broedseizoen, samen met de vogelwerkgroep geïnventariseerd op jonge ransuilen. Dit leverde meerdere broedgevallen van de ransuil op. In een gebied waar voorheen maar één broedpaartje werd waargenomen, trof men nu twee broedgevallen aan. Ten aanzien van vorig jaar is dat zelfs een hele grote verbetering omdat er in 2013 niet is gebroed. De broedsituatie van 2014 is door een goed muizenjaar uitstekend. Ook in andere gebieden waar de werkgroep actief is werd er in 2014 gebroed door de ransuil. In andere delen van het land was er zelfs sprake van tweede broedsels bij ransuilen. Deze zijn hier nog niet waargenomen. Mocht u meldingen hebben van broedgevallen van ransuilen in Brabant kunt u deze doorgeven aan Christien Hermsen, chris10h@planet.nl of SOVON.
Voor de ransuilenwerkgroep die sinds 2007 actief is, is dit het succesvolste jaar. Voor 2007 zijn er geen gegevens bekend.
Groene Handdruk voor ransuilenwerkgroep
17 februari 2014Donderdag 13 februari kreeg Christien Hermsen, coördinator van de Ransuilen in Brabant een Groene Handdruk uitgereikt bij het kantoor van Brabants Landschap. De prijs is een initiatief van de duurzame Driehoek Christien ontving het symbool wat staat voor een bedrag van €350 uit handen van de Oisterwijkse wethouder Wim Lemmens. Het bedrag is zeer welkom en zal goed besteed worden aan de bescherming van de ransuilen. Met name aan foldermateriaal om de ransuil meer bekendheid te geven, maar ook aan kunstnesten om de ransuil van broedgelegenheid te voorzien. Tijdens de uitreiking waren de ransuilenwerkgroep van IVN Oisterwijk, Dennis Maas, Erwin de Hoop van Natuurmonumenten en Jochem Sloothaak van Brabants Landschap aanwezig. De ransuilenwerkgroep zoekt bewust de samenwerking op om het draagvlak voor de ransuilenbescherming te verbreden. Dit is nodig omdat de aantallen van ransuilen drastisch teruglopen. De opnamen zijn gemaakt door Oisterwijk in beeld.

