#

Kunstnesten voor de ransuil

Waarom hangen we (Ransuilenwerkgroep IVN Oisterwijk) kunstnesten voor de ransuil op? Dat is een heel verhaal. Om te beginnen gaat het niet zo goed met de ransuil in Nederland. Was het vroeger (jaren '70 van de vorige eeuw) nog een algemeen voorkomende broedvogel; nu is het een van de soorten die op de rode lijst staat. SOVON is met een nieuwe vogelatlas bezig en men spreekt al van een afname van 70%. Wat zouden de oorzaken hiervan kunnen zijn?

Enkele oorzaken kunnen we zo uit de mouw schudden:

  1. Het leefgebied voor alle dieren is drastisch afgenomen door de uitbreiding van industrie, steden en dorpen etc. Kortom: de mens neemt steeds meer ruimte in beslag. Hierbij dient wel gezegd te worden dat de ransuil een zekere flexibiliteit heeft en zich langzaam verplaatst naar de stedelijke bebouwing. Winterroesten en nesten komen steeds meer bij mensen in de tuin voor.

  2. Jachtgebieden worden kleiner: de uil zal altijd naar een plaats gaan waar voldoende voedsel is. De ransuil is min of meer een nomadische uil en zoekt misschien jachtterreinen buiten Nederland.

  3. Voeg daarbij dat we in de veldmuizenpopulatie (het hoofdvoedsel van de ransuil) piekjaren, maar ook daljaren hebben. In de daljaren komt de uil vaak niet eens tot broeden.

  4. De opkomst van de havik, een van de belangrijkste predatoren van de ransuil.

  5. De toegenomen verkeersdrukte, die jaarlijks vele slachtoffers eist.

  6. Het hoge sterftecijfer onder de jonge uilen. Een groot percentage (meer dan 50%) overleeft de eerste winter niet

#

Wat verder nog vernoemd mag worden is dat de opkomst van de bosuil ten koste zou zijn gegaan van de ransuil. Verder onderzoek naar de verhouding tussen deze twee uilen is noodzakelijk.

Een ander probleem is dat de ransuil voor zijn nestgelegenheid afhankelijk is van andere soorten, zoals kraaien, eksters en evt. roofvogels zoals de buizerd. Hij maakt gebruik van hun oude, maar soms ook van hun nieuwe nesten. Vooral kraaiennesten zijn zeer gewild. En dan komen we bij het volgende probleem. Ook die soort neemt in aantal af. En wat een gesprek met een medewerker van Natuurmonumenten duidelijk maakte, is dat de kraaien steeds meer aan de randen van de natuurgebieden gaan zitten. De oorzaak hiervan is nog niet bekend, maar in de gebieden komt daardoor minder nestgelegenheid voor onze ransuil. Om dit probleem op te vangen zijn we overgegaan tot het hangen van een aantal kunstnesten. Het voordeel van deze nesten is dat ze langer "houdbaar" zijn. Je kunt je voorstellen dat een kraaiennest na twee strenge winters aardig versleten is. De kunstnesten zijn van duurzaam materiaal en gaan duidelijk langer mee. Waar hang je zo'n kunstnest?

Er zijn twee mogelijkheden:

  1. Op de plaats waar al ooit een broedgeval van de ransuil is geweest, maar waar het oude nest is weggerot.

  2. In de buurt van een winterroest van ransuilen. Op elke roest zit een kernpaar dat in de buurt van de roest gaat broeden.

#

Zo hebben wij in november 2012 en in februari 2013 een aantal kunstnesten geplaatst. Twee in natuurgebieden van Natuurmonumenten, twee in het buitengebied van een dorp en een in de bebouwde kom van een dorp. Helaas was 2013 een dramatisch broedjaar voor bijna alle uilen (uitgezonderd de steenuil) en is er dus van geen enkel nest gebruik gemaakt. We hopen voor 2014 op een beter resultaat en omdat we voor ons uilenwerk een Groene Handdruk hadden gekregen van de gemeente Oisterwijk (hieraan was een geldbedrag gekoppeld van €350), konden we een andere uilenwerkgroep voorzien van enkele kunstnesten. Ook deze zijn inmiddels geplaatst.

Het mag nog wel vermeld worden dat het plaatsen van de kunstnesten een hele klus was. Ze moeten 10 tot 15 meter hoog in de boom gehangen worden. Dus er moet iemand bijkomen die over de nodige klimvaardigheden beschikt en ook het juiste gereedschap daarvoor heeft. Natuurlijk moet je toestemming hebben van de eigenaar van het terrein waar je de nesten plaatst. En de nesten moeten jaarlijks gecontroleerd worden. Dat is natuurlijk wel het leukste karweitje. En maar hopen dat er een uil in zit te broeden.