#

Uilenverhalen

Uilendrek
7 september 2015

Een smerige kerkuilenkast met ammoniaklucht is vrij normaal, en eigenlijk hoort het er ook gewoon bij. Met grote broedsels zoals dit seizoen, is er ook meer prooiaanvoer, meer ontlasting en dus wordt de kast er niet frisser op. De nestkasten van Brabants Landschap ventileren voldoende, dus schoonmaken in de periode dat er jongen zitten zou in principe niet hoeven!

Tijdens een kastcontrole van kerkuilen, trof Gijs van der Weerden echter vijf jonge kerkuilen aan die die wel erg besmeurd waren met drek. Voornamelijk de poten, de staartveren en onderkant vleugels. De kast zelf was ook behoorlijk nat, inregenen was uitgesloten. We vermoeden dat dit wel met het weer te maken heeft. Door de zware regenval van de laatste weken is het overal erg nat. De ouder uilen duiken in het natte gras om muizen te vangen en komen nat terug in de nestkast om de jongen te voeren. Door al dat water wat ze meenemen wordt het in de nestkast een zootje.

Om de omstandigheden voor de conditie van de jongen te verbeteren heeft Gijs het ergste vuil uit de kast gehaald en er wat op de boerderij voorradig zaagmeel in de nestkast gedaan zodat deze droger blijft. Overigens lagen er ook nog voldoende muizen in de kast. En hoewel het niet gebruikelijk is, zijn de uilen met behulp van een emmer lauwwarm water van de ergste drek ontdaan. Gijs van der Weerden

# #

Verrassing
25 maart 2014

Je kunt als kerkuilenbeschermer soms voor flinke verrassingen komen staan.

Zo hangt er in het kasteel van Haaren een kerkuilenkast op het zoldertje van de toren.

Om daar te komen is al een hele toer. Je moet daar eerst naar de zolder van het kasteel. Er moet een ladder meegesjouwd worden. Hoog boven in de torenkamer zit een luik in het plafond.

Met de ladder kan je daar net bij komen. Ik was daar een keer eerder geweest met mijn voorganger Gerard. Het jaar daarna kwam ik daar alleen. Nadat ik via de ladder mijzelf door het luik gewurmd had kwam ik bij de kast. De verwachting dat er een kerkuil in zou zitten was niet groot. Dit omdat er vlakbij het kasteel een bosuil huist. Bosuilen en kerkuilen gaat niet goed samen. Toen ik voorzichtig de kast opende kwamen er direct een paar hoornaars uit. Er zat een heel nest in. Ik wist niet hoe vlug ik de kast weer dicht moest doen.

Er waren er gelukkig maar een paar uitgekomen en die gingen niet direct in de aanval. Ik dacht lekker laten zitten en ben weer snel naar beneden gegaan.

Een jaar later ben ik pas weer teruggegaan. Er zaten geen hoornaars meer in de kast. Wel waren de resten van het nest nog te vinden samen met een heleboel takken en andere rotzooi wat waarschijnlijk door kauwen naar binnen was gesjouwd. We hebben de kast schoongemaakt maar kerkuilen hebben er tot op heden niet in gezeten. Zolang die bosuil in de buurt woont zal dat ook niet gebeuren denk ik. Gijs van der Weerden

#

Verstoring
25 maart 2014

Dat kerkuilen gevoelig zijn voor verstoring van hun woonplaats bleek in Haaren.

In de kerk van Haaren zat al jaren een broedpaar kerkuilen in de nestkast op de zolder van de kerk.

Vijf jaar geleden zijn er door een aannemer restauratiewerkzaamheden verricht aan de kerk. Onder andere ook aan het dakkapelletje waar de kerkuilenkast achter zat. Gerard en ik hebben de aannemer nog geadviseerd hoe om te gaan met de kast. Helaas zijn na de restauratie de kerkuilen niet meer teruggekeerd.

In Haaren in de van Kant straat hing in een oude varkensstal al meer dan 30 jaar een kerkuilenkast. In al die jaren had daar nooit meer in gezeten dan holenduiven. In de eerste zomer nadat de kerkuilen de kerk waren ontvlucht bleek dat er opeens een broedpaar in de kast was getrokken. De kast was inmiddels behoorlijk gammel geworden. Verder zat er nergens een luikje of iets dergelijks om in de kast te kunnen kijken. Met een zaklamp kon ik net door een kier in de kast kijken. Het bleek dat er drie jongen in zaten. Deze zijn ook succesvol uitgevlogen. Ik weet het niet zeker maar het zou me niets verbazen dat dit het verstoorde broedpaar uit de kerk hier naar toe verhuisd is.

In het najaar hebben Jos en ik de kast schoongemaakt en gerestaureerd. Ook hebben we er een luik in gemaakt zodat hij gemakkelijk gecontroleerd en schoongemaakt kan worden. Het jaar daarna was er weer een succesvol broedgeval. Afgelopen jaar waren er geen eieren of jongen maar dat was ook een heel slecht kerkuilenjaar.

Maar zo zie je maar dat een kast bij een geschikt biotoop toch bewoond kan raken ook al moet je er 30 jaar op wachten. In de kerk verwacht ik ze niet meer terug. Het jacht gebied voor de kerkuilen is door de uitbreidende bebouwing op te grote afstand komen liggen. Gijs van der Weerden