Gedichten

'K zag laatst een uiltje, zwevend over 't weiland gaan als altijd waakzaam en doelgericht achter een muisje aan het bijna duister deert ze niet met zo'n prooi in het verschiet. Nee, nu geen pullen meer in't nest, Wat nu nog rest Herfst en winter door te komen Met weinig voer en kale bomen. Verlangend naar het voorjaar, En dan, als paar, nieuw leven vorm te geven. W. Snoek

Uil roest

een grote uil zat op een tak onder de goudenregen hij zat te roesten en had lak aan alles wat hij zag bewegen een eekhoorn rende snel voorbij hij had het razend druk uil keek daarbij niet blij hij werd gestoord in zijn middag tuk eekhoorn was eikels aan het zoeken in alle gaten en alle hoeken door de honger was hij glad vergeten waar hij ze verborgen had in het grote bos hij dacht nog dat uil ze had opgegeten maar als hij niet uitkijkt is hij zelf de klos een uil lust graag eekhoorn, wist je dat uil kneep een oogje toe hij was moe eekhoorn kon wel snappen dat uil daar op die tak . . . een uiltje zat te knappen Loes Westgeest

Wat de ransuil denkt:

Verroest, wat komen die hier doen Anita, Hennie en Christien Ik wil ze hier niet zien op mijn uitrustplek met een ladder en een mandje Wat gek Dit is mijn roest Ik hou me koest Een nieuwe woning is de beloning Ik als Rans grijp deze kans met allebei mijn klauwen Hoef nu zelf geen nest te bouwen Zonder slag of stoot echt waar breng ik hier volgend jaar mijn jongen groot Ik weet nu wat zij hier moesten Ze hebben me niet laten verroesten Loes Westgeest

Over steenuilen

Grote ogen, doordringend geel Maken je voorzichtig, ze lijken te zeggen Wat kom je doen, mijn nest verstoren? Ik geef je toch al veel Verbazing en voldoening! De kuikens in de kast laten zich horen. Geruisloos verdwijnt hij in de nacht Op zoek naar prooi, want het vrouwtje wacht. Voorzichtig laat zo nu en dan een jong zich zien. Steeds vaker; en groter worden ze. Totdat ze, vliegensvlug, de kast verlaten. Dan is het stil, de kast is leeg. Mijn hart gevuld met dierbare herinneringen. Wim

Olympische vlucht

(naar aanleiding van het uitzetten van een asiel bosuil)

Een Olympisch gevoel, geruisloos te leren vliegen was mijn doel. Blessures waren mij volkomen vreemd en toch werd mijn droom wreed verstoord. Ik raakte plots ontheemd en dacht dat ik werd vermoord. Mensenhanden pakten mij vast niet iets wat in mijn situatie past(e). Ze bedoelen het mooi, maar uiteindelijk belandde ik wel in een kooi.. De moed liet ik niet zakken, Voelde me wel agressief. Ben er nu eentje die je niet meer zonder handschoenen aan kunt pakken Is dat niet lief? Na een paar weken gevangenis lieten ze mij weer vrij en gaven mij tevens de naam van Willemijn. Nu voel ik me weer blij, maar ook nog wat agressief. Dus wie mij vastpakt bezorg ik voortaan altijd pijn. Vinden jullie me nu nog steeds zo lief? Ik hoop van niet, Zodat je me voortaan gewoon laat zitten als je me nog eens ziet. coste
01-08-2012, Oisterwijk.

Vertrouwen

Lief steenuiltje ik weet nog goed, wanneer ik je heb ontmoet. Daar zat jij, op een paaltje langs een wei. Ik bleef stilstaan, jij keek me met je felgele ogen aan. Ik zei je kunt me vertrouwen, toen fronste jij je witte wenkbrauwen. Ik ging direct in mijn vogelboeken, informatie over je zoeken. Je bent het kleinste uiltje van Nederland, en heel interessant. En je hoort, helaas tot een bedreigde soort. Steenuiltje dat laat mij niet steenkoud, ik ga iets doen aan jou behoud. Daarom onderneem ik stappen, zodat jij een uiltje kunt blijven knappen. Esmee de Koning
12 jaar
Steenbergen

Braakballen

Ik heb ballen om van te braken, die naar muizenbotjes smaken. Het loopt immers enorm uit de klauwen, als ik op mijn eten moet kauwen. Jeroen Westgeest

De Steenuil

Weemoedig Klinkt haar roep in de nacht Als een Ierse ballade Geluidloos op jacht Vangt zij haar prooi Zonder genade Moeder muis Komt nooit meer thuis De ongeduldige pullen Hebben hier op gewacht Kunnen hun maagjes nu vullen Dicht tegen elkaar In een hoek van de kast Op een woelmuis vergast Eten zich rond Een muis is gezond En Achtendertig dagen na te zijn uitgebroed Vliegen zij . . . Volwassen Een eigen "steenuilenleven" tegemoet. Loes Westgeest

'n uiltje knappen

Als het gezin uil 'n uiltje knapt Worden ze wel eens opgeschrikt Door 'n dom mes dat zo maar even een van hen uit 't nest wegpikt

De uil wordt in een hok gezet Soms zelfs in 'n papegaaienkooi. De uil krijgt vaak mensenvoer te eten hij eet liever zijn eigen gevangen prooi.

De uil zit langzaam te verpieteren de domme mens brengt hem tot slot naar 'n asiel om aan te sterken dat is de gekooide uil zijn lot.

In gevangenschap kunnen uilen wel leven het is echt niet zo dat zij het zelf wensen het moet dodelijk saai zijn voor 'n uil immers: mensen kennen vaak geen grenzen

Uilen zijn geen huisdieren en willen zij soms 'n uiltje knappen dan slaat het werkelijk nergens op als mensen hem willen gappen! Georgie.a.Dankers
De Uitstraling week 34 2011